De laatste dag van Leonie

Na de regen van de voorbije dagen schitterden de hulstblaadjes, de druppels op de rododendron weerkaatsten de vroege zon in myriaden vlakken. Vanachter het keukenraam dacht Leonie eraan hoe het licht in vliegenogen telkens weer breekt tot ontelbare vlakken en brokken. Het was beslist een prachtige nazomerdag. Ze schonk opnieuw heet water op de koffie in de kan op het fornuis en ging daarna met haar kopje op het terras zitten, naast de geurige rozenstruik. Vanop haar stoel kon ze een paar uitgebloeide bloemen afbreken voor ze begon te bellen. 

Ze telefoneerde eerst met de mensen die haar minder na aan het hart lagen en dan naar haar meest geliefde kennissen, vervolgens kwamen de goede vrienden aan de beurt zoals Johanna, Tinne en Paul. Aan hen legde ze uit wat ze van plan was. Had ze het tijdens die eerdere telefoontjes vooral over de waardevolste momenten die ooit samen hadden beleefd of een voorval, attentie of een speciaal talent dat ze in de persoon had gewaardeerd, aan Paul, Tinne en Johanna vertelde ze gewoon dat het zo niet verder kon. 

Altijd had ze gezegd dat ze op tijd over haar eigen einde zou beslissen. Dat moment was aangebroken. Twee armen sloegen om haar heen, ze stond in een draaibeweging op in Michiels omhelzing en kuste hem innig en lang. Hem had ze gisteravond haar besluit verteld. Hier aan hetzelfde tafeltje hadden ze de verdere afwikkelingen besproken. 

‘Koffie?’ vroeg ze. Er viel niet zo veel meer te vertellen. 

‘Wat wil je nu het liefst? Croque Monsieur? Rozijnenbrood met roomboter? Croissants?’ Bij haar twijfel begon hij te spotten: ‘Liefste, denk nou niet meer aan je cholesterol. Als je dat liever heb, trek ik nu een fles champagne open. Ik haal frieten of een pizza. Kom op, waar heb je zin in?’

Ze glimlachte: ‘Mag ik echt kiezen? Natuurlijk, mag ik kiezen. En hebben we verse room in huis? Dan wil ik een Irish Coffee. De laatste dagen van mijn grootmoeder in het ziekenhuis bezocht ik haar telkens met een kan koffie, een fles whisky en een slagroomspuit. Maar ik heb liever verse slagroom. Het is goed om in stijl te eindigen, net zoals zij dat toen heeft gedaan.’

Terwijl hij in huis was, brak ze nog meer uitgebloeide rozen af opdat de plant nog veel bloemen zou dragen. Ze legde alle bruine blaadjes en takken op een hoop,  Michiel kon dan alles in een beweging naar de composthoop brengen. 

Hoe benepen je kon zijn. Na die gedachte besloot ze dat de whisky vandaag zou smaken. Een toastje met avocadomousse ook wel, nu ze er dieper over nadacht, of een eenvoudig getoast stuk brood met kruidenkaas en gerookte zalm. Ook lekker.

Ze wilde snel opstaan om het aan Michiel te vragen maar moest meteen weer gaan zitten. Al lang geleden had de dokter haar op het hart gedrukt alles trager te doen, anders was ze nog eerder dood dan de Leifarts het kon regelen. Wat deed het er nog toe? Ze duizelde opnieuw toen ze opstond en besloot dan dat ze maar beter bleef zitten en ze zich de hele dag verder zou laten bedienen. Als de anderen maar op tijd kwamen, dacht ze een beetje zenuwachtig in hun plaats. 

Omstandig kwam Michiel met een dienblad buiten, volgestouwd met whisky, koffie en de verse opgeklopte slagroom die hij in het mooie potje had gelepeld dat ze heel lang geleden van hem had gekregen en ze in al die jaren niet over haar hart had gekregen om het weg te gooien, hoe hard ze toen ook uit elkaar waren gegroeid.