Begin-begrafenis Jacky

Wade in the water. De krachtige gospelstem van Jacky’s blanke stiefvader klonk in de verte. Wij stonden nog maar aan het begin van de oprit van het landgoed, in de rij voor de kist van Jacky. We omhelsden elkaar houterig tot het onze beurt was om van onze studievriendin afscheid te nemen. Ze was opgemaakt, ze lag erbij alsof ze tussen dat witte satijn in slaap was gevallen net voor het feest zou beginnen.

Ook al wenkte het gezang, toch bleven we met ons groepje net zoals alle andere genodigden aan het hekken staan en staarden naar de kiezels tot Paul zijn arm in een fladderend jasje bewoog. Zijn hand streek over zijn grijze baard voor hij de stilte doorbrak. ‘Waarom heeft ze dit gedaan? Wij zijn altijd de mislukkingen geweest. Jacky niet, nee, Jacky, zij niet. Zij was ons succesnummer. Verdomme.’

Tinne veegde met een batisten zakdoekje haar oogmake-up bij. ‘Elke keer als ik haar op tv achter zo’n grijze Eurocommissaris zag staan, gloeide ik van trots. Jacky was de vrouw die alles opfleurde.’

Juist, dat vonden we allemaal.

We zwegen.

Zes in het zwart gekleedde dragers pakten de kist op en zetten hem op de schouders. Dan haakten ze hun armen in elkaar en marcheerden traag maar gedecideerd en aldoor op hetzelfde tempo met de kist op de schouder naar Jacky’s vader.

Wij sloten de lange stoet af, de drie vrouwen, al vriendinnen sinds de tienertijd en de twee mannen die elkaar op de universiteit leerden kennen. Samen met Jacky woonden we in het studentenhuis aan de stadsring.

Eindelijk gingen we in de richting van het gezang, naar de bomenrij die de andere kant van de impossante tuin markeerde, naar de zingende vader van wie de woorden helder werden gedragen door een vroege zomerbries.

Lean on me. De vader van Jacky bleef zingen terwijl de moeder hem een arm gaf en we allen een snik hoorden achter de zwarte voile waarmee ze haar gezicht bedekte. Hij legde zijn arm om haar bovenrug wanneer de kist in de grond zakte. Samen staarden ze bedroefd naar iedereen die iets over Jacky kwam vertellen. Daarna liepen we in een eindeloos lange rij rondom de put en gooiden een voor een rozenblaadjes op het lichte hout en dachten opnieuw aan alles wat Jacky destijds zo bijzonder voor ons maakte. De frêle blaadjes verborgen op den duur de kist.

We keken elkaar aan, we vroegen ons af wat er nog zou gebeuren. Bij het volgende lied liet de zingende stiefvader een moerbeiboompje in de put voor de kist glijden, niet ver van de andere bomen, maar dicht bij een beuk, een eik en een els. De oudste zus na Jacky vertelde later die middag hoe bij elk van hun geboorten een boom op hun moederkoek werd geplant. ‘Bij Jacky was dat niet gebeurd. Jacky was er al voor mama en papa elkaar leerden kennen. Nu krijgt ze ook haar eigen boom. Eindelijk hoort ze erbij. Dat idee helpt ons… we zullen haar missen, onze grote zus.’