vriendinnendienst

Juist nu ze toe is aan haar eerste onenightstand – kwestie van nog eens huid tegen huid te voelen – dient zich deze kans aan. Dankzij vriendin Mathilde komt zo meteen Jean-Pierre, de ideale man voor zo’n nacht, want hij heeft een vrouw, de hoogzwangere Mathilde. Al wat hij verlangt is een gezellige avond, samen aperitieven, uit eten, dansen en haar verwennen. Zelf ook aan zijn trekken komen? Uiteraard want Mathilde verdraagt geen seks meer. Te pijnlijk. Jean-Pierre is een geweldige minnaar volgens Mathilde, maar zij kan hem niet bieden wat hij nodig heeft. Daarom geeft Mathilde haar als cadeau aan Jean-Pierre.

‘Wil jij een avondje uit, met als kers op de taart de beste seks ever?’ Volgens Mathilde was dat voor iedereen een win-win. Daarom heeft ze toegezegd. Zo moest ze geen rare man in de kroeg opvrijen om haar  lijfelijke heimwee te smoren.

Vier uur heeft Jean-Pierre aan de telefoon gezegd. Dat komt beter voor hem uit, hij is dan in de buurt van haar woning. ‘Onze avond samen zal vroeg starten,’ had hij er kleverig aan toegevoegd.

Vier uur? Dat is namiddag, tijd voor koffie of thee, met taart of zo. Op het gebatikte kleed heeft ze haar theeservies uitgestald, inclusief de dessertbordjes. In de ijskast stijft de tiramisu sinds vanmorgen op. Mannen houden van zoet. Haar vader hield van zoet. Robert hield van zoet.

Jean-Pierre arriveert tegen half 6, laat bij binnenkomst zijn ogen over haar lichaam glijden en knikt waarderend. Haar schoudervleugels trekken samen als ze op haar hooggehakte sandalen naar de keuken wil om water op te zetten. Hij komt haar achterna. Met zijn hand op haar schouder ruikt ze de Poison waarin ze zich heeft gehuld. Hij heeft geen trek in thee, zegt hij. Ook niet in koffie of tiramisu. Bij het woord tiramisu trekt hij zijn neus op.

Hij wil bier. Ze heeft geen bier, alleen een fles rosé.

‘Ook goed,’ zegt hij, en haalt hij weer zijn neus op.

Ze klinken met hun volle glazen. Ze zit tegenover hem en trekt haar strakke rokje laag over haar dijen opdat hij niet in haar kruis kijkt. Daarom houdt ze ook haar benen schuin, al plakken ze tegen elkaar. Hij moet niet denken dat ze zit te smachten. Dit is voor Mathilde, zij doet vooral Mathilde een plezier.

‘Jij weet tenminste wat Afrikaanse mannen willen,’ had Mathilde gezegd.

Op zijn vraag naar Robert wil ze volop vertellen, maar hij luistert niet na zijn inlevend ‘Once you turn black, you never go back.’

Ze rijden naar een wegrestaurant waar hij altijd de beste steak saignant krijgt geserveerd. Zij bestelt een vispannetje, lauw, met bijna even lauwe witte wijn. Ze tikken opnieuw met hun glazen en toosten op deze avond. Hoe hij in ons land is gearriveerd en wat hij precies doet, blijft verscholen achter een mist moeilijke Franse woorden.

Wat een verschil met Robert met wie ze altijd rad Engels heeft gesproken. Een blik, een beweging en de ander wist hoe te reageren. Robert zat zoveel dichter op haar huid dan alle vriendjes van tevoren, huidskleur had daar niets mee te maken. Al die eerste keer reageerde haar lichaam met een schok van herkenning. Hun lijven bewogen volkomen in harmonie, alsof ze op elkaar waren afgestemd. Hoe heerlijk was het toen in Brussel waar ze in hun beginperiode een dag vol ontdekkingen in parken, boeken- en sierradenwinkels hadden afgesloten in de Afrikaanse wijk, in een onooglijk barretje waar ze na een vreemde maar lekkere en goedkope maaltijd uren uptempo tussen de tafels hadden gedanst. Smachtend naar elkaar waren ze bij het ochtendgloren naar huis gereden.

Zijn aanzoek, de enige manier om aan verblijfspapieren te komen, heeft ze geweigerd. Hun relatie was nog lang niet sterk genoeg om te trouwen. Daarna heeft ze hem als de eerste de beste mensensmokkelaar aan de andere kant van de grens gedumpt. Sindsdien voelt ze zich doelloos en vraagt ze zich af of trouwen voor een verblijfsvergunning niet even legitiem is als een gearrangeerd huwelijk.

Daarover had ze met Mathilde gefilosofeerd, vervolgens had Mathilde gesmoesd dat zij elkaar dankzij die Afrikaanse liefdes zo goed verstonden en of ze voor haar… iets wilde doen. Volgens Mathildes toon moest ze zelfs dankbaar zijn: ‘Niemand anders dan Jean-Pierre zal je zo goed bevredigen. Volgens mij is dit de beste, zo niet de enige remedie om Robert te kunnen vergeten.’

Als ze tijdens de maaltijd met Jean-Pierre over haar twee zussen vertelt, tintelen zijn bloeddoorlopen ogen geil: ‘Wat ben je mooi.’ Zijn woorden klinken zo grijs als zijn doffe vel. Roberts huid glom altijd als geboend ebbenhout.

Voor ze gedaan heeft met het verhaal over haar vrijwilligerswerk beantwoordt hij een dringend bericht op zijn mobieltje. Als ze terugkomt van de wc, speelt hij patience. Pas na dat spelletje zet hij zijn telefoon uit en vraagt of ze wil dansen. Hij neemt haar mee naar de bijna lege zaal achter het restaurant. Half tien, ze draaien oude schlagers waarop ze tot nu toe nooit heeft willen slowen. Hij vertelt verontschuldigend over de zware zwangerschap van Mathilde: ‘Haar lijf doet zeer, ze kan me niet meer ontvangen. Ik mag Mathilde de laatste week zelfs niet aanraken en dat is het liefste wat ik doe, een vrouw strelen, overal en van langsom dieper in de intimiteit treden. Daarom ben ik blij dat we vanavond samen zijn.’

Ze rilt, haar weigering om te dansen houdt ze een paar nummers vol, dan geeft ze toe. Meteen neemt hij haar stevig vast, bijna in een houdgreep. Ze gruwelt van zijn stijve penis tegen haar lies. Moeizaam haalt ze adem, ze wordt gesmoord door deze hoop flodder.

Bij Robert zat alles vast, ze kon haar tanden zelfs niet in zijn biceps zetten. Om zijn rugspieren te ontspannen, moest ze op zijn rug lopen. Hij leerde het haar, zoals zijn Afrikaanse grootmoeder het hem had uitgelegd. Stap voor stap met gekrulde tenen kon ze zo de spanning van het leven als illegaal uit zijn lijf masseren.

Almaar meer schurkt Jean-Pierre zich tegen haar aan, telkens duwt zij hem zover mogelijk van zich af. Een extra dans kan ze niet opbrengen, zelfs niet voor Mathilde. Als haar glas leeg is, wil ze naar huis. Met een kneepje in haar schouders duwt hij haar naar de uitgang.

Als hij de auto voor haar deur heeft geparkeerd, maakt hij aanstalten tot uitstappen.

‘Neen. Ik kan het niet. Robert zit nog in mijn hoofd. Sorry.’ Ze wacht zijn antwoord niet af, en voor ze het portier dichtsmijt, bedankt ze hem uit de hoogte. Ze rent naar de voordeur en draait de deur stevig op slot.